Free cookie consent management tool by TermsFeed Generator

Wetsvoorstel versterking milieutoezicht schiet tekort: oproep tot fundamentele stelselherziening

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) bereidt een wetsvoorstel voor ter versterking van het VTH-stelsel milieu en heeft daarvoor een internetconsultatie georganiseerd. De Grootouders voor het Klimaat, en de stichtingen MOB en Advocaat van de Aarde hebben hierop gezamelijk indringend geadviseerd. De drie organisaties vinden dat het wetsvoorstel onvoldoende oplossingen biedt voor de structurele problemen in het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). De kernproblemen – gebrek aan onafhankelijkheid, politieke beïnvloeding en falende handhaving – blijven grotendeels bestaan.

Al in 2021 concludeerde de Commissie Van Aartsen dat omgevingsdiensten onvoldoende onafhankelijk zijn, kampen met tekorten aan capaciteit en deskundigheid en te sterk worden beïnvloed door gemeenten en provincies. Het huidige wetsvoorstel laat deze bestuurlijke en financiële afhankelijkheid grotendeels intact en geeft het Rijk onvoldoende mogelijkheden om daadwerkelijk regie en toezicht te voeren.

Omgevingsdiensten hebben in de praktijk vooral een adviserende rol en zijn financieel afhankelijk van de overheden waarop zij toezicht houden. Hierdoor ontstaat een structurele spanning tussen milieubescherming en economische belangen. Pogingen om milieuregels op te rekken of te omzeilen komen regelmatig voor, terwijl rijksinspecties onvoldoende corrigerend optreden. Het wetsvoorstel brengt hierin nauwelijks verandering.

Hoewel het voorstel inzet op verdere professionalisering, laten tal van praktijkvoorbeelden zien dat milieuwinst vaak pas wordt afgedwongen via juridische procedures door maatschappelijke organisaties. Casussen rond onder meer Yara, FrieslandCampina en Olam tonen aan dat Best Beschikbare Technieken al jaren beschikbaar zijn, maar niet worden afgedwongen. Dit wijst niet zozeer op onkunde, maar op bewuste bestuurlijke keuzes om bedrijven te ontzien.

Daarnaast is sprake van een structureel patroon van verzwakking en omzeiling van het milieurecht. Dit blijkt onder meer uit problematische wetgeving zoals het PAS en de bouwvrijstelling, misbruik van stikstofruimte en juridisch ondeugdelijke vergunningconstructies. Ook de actieve rol van ministeries bij het zoeken naar ruimte buiten de regels, bijvoorbeeld bij Schiphol en Lelystad Airport, onderstreept dat het hier niet om incidenten gaat, maar om een systeemprobleem.

De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) waarschuwt al langer dat gebrekkige vergunningverlening en handhaving leiden tot een groeiend aantal rechtszaken door burgers. De Rli pleit voor betere juridische borging, robuustere omzetting van EU-richtlijnen en prioriteit voor handhaving. Deze signalen zijn onvoldoende verwerkt in het wetsvoorstel.

De indieners concluderen dat het VTH-stelsel niet alleen kampt met een capaciteitsprobleem, maar vooral met een cultuur- en structuurprobleem. Politieke druk en bestuurlijke onwil ondermijnen de rechtsstaat, terwijl professionals binnen omgevingsdiensten onvoldoende positie en bescherming hebben om hiertegen op te treden.

Daarom wordt gepleit voor een fundamentele herziening van het VTH-stelsel, met onder meer een onafhankelijke Omgevingsautoriteit, structurele rijksfinanciering, verplichte handhaving en actualisatie van vergunningen, strengere regels tegen misbruik van milieurecht en versterkte rijksregie. Alleen met een dergelijke ingreep kan de overheid haar zorgplicht voor milieu, gezondheid en leefomgeving daadwerkelijk waarmaken.

Voor onze gezamelijke inspraaknotitie met de Grootouders voor het Klimaat en Advocaat van de Aarde zie hier.

cookie policy here