Na Schiphol zijn nu ook de vliegvelden Rotterdam en Eindhoven flink in de problemen gekomen omdat ze zonder natuurvergunning in werking zijn. Nu zijn dus de drie grootste vliegvelden van Nederland illegaal in werking. Voor vliegveld Rotterdam is de oplossing simpel: sluiten. Om vliegveld Eindhoven van een natuurvergunning te voorzien wordt nog heel lastig. Het geknoei van het vorige kabinet met de vergunningsituatie van beide vliegvelden wordt hiermee afgestraft.
Vliegvelden Rotterdam en Eindhoven hebben natuurvergunning nodig
Eindhoven Airport en Rotterdam Airport dienden in 2020 een aanvraag in bij de minister voor een natuurvergunning. Op 17 juni 2024 besloot de minister dat voor de exploitatie van Rotterdam Airport en voor de burgerluchtvaart op Eindhoven Airport geen natuurvergunningen nodig zijn. Wel legde de minister op dezelfde dag maatwerkvoorschriften aan de luchthavens op. In deze maatwerkvoorschriften legde de minister onder meer de bovengrens voor de stikstofuitstoot van de luchthavens vast.
De rechtbank volgt de minister niet in haar standpunt dat de luchthavens geen vergunningen nodig hebben. Gebruik maken van eerder verleende toestemmingen kan alleen als die zijn verleend voor dezelfde activiteiten. Het moet dan om “één-en-hetzelfde project” gaan. De rechtbank oordeelt dat door de groei en uitbreiding luchthavens niet aan deze eis wordt voldaan, zodat er nieuwe natuurvergunningen nodig zijn. Als de staatssecretaris alsnog natuurvergunningen wil verlenen voor de aangevraagde projecten, dan moeten er passende beoordelingen worden opgesteld met een zogenoemde additionaliteitstoets. Dat betekent dat hij de gevolgen voor de natuur in kaart moet brengen én moet uitleggen dat de stikstofruimte die hij vergunt aan de luchthavens, niet nodig is voor herstel van de natuur.
Maatwerkvoorschriften
Ook vernietigt de rechtbank de maatwerkvoorschriften. Volgens de rechtbank was de minister niet bevoegd om deze maatwerkvoorschriften aan de luchthavens op te leggen. Zij had deze bevoegdheid alleen als de activiteiten op de luchthavens niet gereguleerd konden worden met een natuurvergunning, maar dat kan wel.
Handhavingsverzoeken
Wat betreft de handhavingsverzoeken oordeelt de rechtbank dat de minister de belangenafweging niet goed heeft uitgevoerd. Zij wilde niet optreden omdat dat voor de exploitatie van de luchthavens grote financiële en maatschappelijke gevolgen zou hebben. De rechtbank oordeelt dat de minister de betrokken belangen niet goed afwoog. Zij kende in zijn belangenafweging onvoldoende gewicht toe aan het feit dat op het moment van de beslissing op bezwaar inmiddels zo’n 2,5 jaar was verstreken en dat de ontwerpen nog altijd niet definitief waren en ook niet bekend was wanneer de aangevraagde natuurvergunningen zouden worden verleend.
De staatssecretaris moet daarom opnieuw een belangenafweging maken over het wel of niet handhavend optreden tegen de luchthavens. Omdat de besluiten dat geen natuurvergunning is vereist voor de luchthavens door de rechtbank zijn vernietigd, ziet de rechtbank geen mogelijkheden om de zaak geheel af te doen. De rechtbank draagt daarom de staatssecretaris op om binnen acht weken nieuwe besluiten te nemen over de handhavingsverzoeken.
Opnieuw beslissen over weigeringsbesluiten
De rechtbank oordeelt verder dat de staatssecretaris de weigeringsbesluiten - om oudere natuurtoestemmingen van deze luchthavens in te trekken - onvoldoende motiveerde. Dit betekent dat de staatssecretaris ook nieuwe besluiten moet nemen over de verzoeken om de natuurtoestemmingen van deze luchthavens in te trekken.